Er zijn diverse manieren om in Saigon te komen, maar direct zit er niet in. Er is Vietnam Airlines via Duitsland of Frankrijk, Air France via Parijs, Malaysia, Thai en Cathay via Kuala Lumpur, Bangkok en Hong Kong, en KLM via Bangkok of Hong Kong. Er zijn er nog wel een paar maar dan moet je minimaal 8 parachutesprongen hebben gemaakt (Biman uit Bangladesh) of beschikken over een kogelvrij vest (Afghanistan Airways). We kiezen sinds jaar en dag voor onze nationale trots, ondanks wat kleine tekortkomingen toch lekker vertrouwd. Heen via Bangkok, 3 uurtjes wachten en direct door, en terug via Hong Kong, waar we even uitblazen van de afgelopen week. Geweldige stad waar ik jaren op de Gift show heb gestaan, waarbij ik per nacht 4 uur sliep, van 10 tot 6 op de stand stond en de rest van de tijd door de stad trok om “het Chinese leven” te ontdekken. Van Central naar Causeway Bay naar de nachtmarkt van Mong Kok, en van Wan Chai naar Repulse Bay, Stanley en Shek O. Fascinerend allemaal. In die 7 jaar beurs heb ik een aardig beeld gekregen waarna ik het altijd als hub heb gebruikt op weg naar de Guangzhou Fair. Nu dus voor het eerst geen werk, maar lekker 1½ dag rondwandelen, heerlijk eten en een beetje relaxen. Het Atelier van Joël Robuchon heeft ook hier een vestiging, alsmede Pierre Gagnaire, Alain Ducasse met zijn Spoon, en ook Philip Starck is hier ruim vertegenwoordigd met restaurant Felix en het Jia hotel. Alles kan in Hong Kong, ondanks de overname door de Chinesen in 1997 en er is dan ook veel. Voor mij is het leukste nog altijd, als je uit ge-Prada’t, Hèrmès’t en Paul Smith’t bent een bezoekje aan Hollywood road. Paardjes van 800 jaar oud kijken je vanuit de diverse antiekwinkels aan, een bezoekje aan de eeuwenoude Man Mo tempel met de honderden wierookhangers, waarna je door Sheun Wan naar beneden wandelt en vanzelf op de lokale markt terechtkomt.

Dit is het echte leven van de Hong Kong Chinees, kleine restaurantjes, eetstalletjes, tofufabriekjes, sojasauswinkels, vishandelaren en hoog opgetaste groentekramen. Je baant je een weg door eigenlijk alles wat de Chinees naar binnen gooit, soms ruikt het lekker, soms te goor voor woorden, maar het bruist en het leeft. De marktkoop-mannen en –vrouwen spreken geen van allen Engels dus je moet volledig afgaan op gevoel en instinct, helemaal prima. Grote bakken noodles eet je op kleine krukjes, als je geluk hebt met een flesje water, en je betaald vrijwel niets.

Na Sheun Wan is het een paar honderd meter en je bent terug in Central, waar één van de leukste winkels van de stad is gevestigd, Shanghai Tang, van David Tang (www.shanghaitang.com). Hij is de man die als eerste mooie spullen is gaan maken van Chinese materialen in China. Kleding, interieur-accesoires, geurtjes, stoffen, beddengoed en ga zo maar door, alles met een Chinese twist, maar alles van topkwaliteit (ik slaap al jaren onder zijn dekbedhoes en spuit regelmatig vloeibare mandarijnen in mijn nek…). Te leuke winkel midden tussen de “rommel” van Chanel, Louis Vuitton en Dior. De tijd vliegt voorbij, en na een laatste hapje op de 25ste verdieping van ons hotel haasten we ons naar de ultramoderne luchthaven waar het lijkt of alle grote merken uit de stad een satelliet hebben, zo ook David Tang. Aan boord van de KL890 beleven we 2 keer een afgebroken start, en na een reparatie van 2 uur vliegen we uneventful naar Amsterdam waar het ondertussen winter is geworden…..



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.