Lees mijn 10 BBQ-tips, vandaag in de METRO

Barbecueën is populairder dan ooit en gebeurt om die reden vaker in zowel zomer als winter, meent Julius Jaspers. Het recent uitgebrachte boek van de chef-kok, de BBQbijbel, gaat als zoete broodjes over de toonbank en zelf verzorgt de beste man workshops bij de Kookfabriek om het niveau van de huis-tuin- en keukenbarbecuer op te krikken. Wat zijn de do en dont’s op het gebied van grillen? En hoe krijg je het vlees optimaal op smaak? Nu de zomer eindelijk zijn intrede doet –jippie- heeft Jaspers tien tips voor je. Smullen maar!

1. Vlammen zijn geen vrienden.
Zorg dat je vuur hebt van een goede, niet te hoge temperatuur. Barbecueën en vlammen zijn geen vrienden, dus houdt daar rekening mee. Vlammen krijg je door het druipvet van vlees. Als er teveel van dat vet in de barbecue valt, dan krijg je vlammen en gaat de boel verbranden.

2. Maak geen zes verschillende dingen op de barbecue.
Zes verschillende dingen betekent zes verschillende smaken en betekent zes verschillende garingen. Dat wil je niet, want het ene gerecht heeft vijf minuten nodig en het andere gerecht anderhalf uur. Je moet echt een professionele barbecueën zijn wil je al die gerechten goed op tafel kunnen brengen.

3. Barbecue niet te veel open en dichtdoen.
Bij een Kamado barbecue, zoals bijvoorbeeld een Big Green Egg, is het absoluut de bedoeling dat je het apparaat zo lang mogelijk dichthoudt. Hoe vaker je de barbecue opent, hoe warmer die wordt.

4. Meten is weten.
Investeer in een goede, digitale kerntempratuurmeter. Kost 25 euro. Vlees wordt niet lekkerder als het te lang gegaard is. Hetzelfde geldt voor een minimale garing. In het ergste geval kun je ziek van worden van vlees – kip of varken- dat de juiste temperatuur niet haalt.

5. Haal het vlees van de barbecue, maar ga niet direct snijden.
Dit is zeker een tip qua rund- en lamsvlees: haal het vlees van de barbecue en ga het niet meteen snijden. Laat het tien minuten rusten. Je zult zien dat er veel minder vocht en bloed uitstroomt. Dat blijft dus in het vlees en daarom is veel sappiger.

6. Goede messen!
Snijd je vlees met de juiste messen. Snijdt het vlees nooit met een kartelmes. Ik gebruik thuis altijd hetzelfde grote en hetzelfde kleine vleesmes.

7. Werk netjes en schoon.
Zorg dat je geen kruisbesmetting krijgt. Dus dat je niet eerst de kipfilet snijdt op een plankje en vervolgens de komkommer op hetzelfde plankje. Gevolg kan zijn dat er dan salmonella van de kip aan je komkommer zit.

8. Zuip niet te veel.
Dit is een ontzettend zeurderige tip, dat weet ik, maar zuip niet te veel als je gaat barbecueën. Je werkt gewoon met open vuur en het is vaak 600 graden in die pit. Barbecueën gebeurt heel vaak in de familiesfeer en dan rennen er kinderen rond. Zorg dat er iemand achter de barbecue staat die weet wat ‘ie doet.

9. Hele goede boeken kopen en lezen.
Waaronder mijn BBQ-bijbel, haha. Ik was twee jaar geleden de eerste met een barbecue-boek. Dit jaar zijn er tien of twaalf uitgekomen en die boeken doen het stuk voor stuk goed.

10. Goede spullen!
Je moet goede spullen hebben en het goede nieuws: die hoeven dus helemaal niet duur te zijn. Er zijn heel veel goedkope, goede barbecues. Als je goede spullen gebruikt, dan zul je zien dat barbecueën leuk is.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *